Ontgrondingsvergunning aanvragen

Een ontgrondingsvergunning kunt u aanvragen via het Formulier aanvraag verlening ontgrondingsvergunning.

Het formulier "aanvraag verlening ontgrondingsvergunning" kunt u inclusief bijlagen (in enkelvoud) ondertekend en ingescand e-mailen of per post sturen naar:

RUD Zeeland
postbus 35
4530 AA Terneuzen

Ontgrondingenwet

Wie in Zeeland grond wil afgraven, heeft een vergunning nodig van provincie Zeeland. Dat staat in de Ontgrondingenwet. Bij de invoering van die wet is bepaald dat onder ontgronding valt: iedere activiteit die een (al dan niet tijdelijke) verlaging van het maaiveld tot gevolg heeft.

Ook voor baggeren en andere ontgravingen onder water is een vergunning nodig van provincie Zeeland. Uitzondering daarop is wanneer het grondgebied in beheer is van het Rijk, zoals de Oosterschelde, Westerschelde of het Veerse Meer. In die gevallen is een vergunning nodig van het Rijk.

Aan de vergunning kunnen, ter bescherming van de bij de ontgronding aanwezige belangen, voorschriften worden verbonden. Deze voorschriften zijn onder andere gebaseerd op de Ontgrondingenverordening Zeeland 2002 en de Ontgrondingenwet.

Vrijstellingen

Het is niet zo dat voor elke spa die de grond in gaat een vergunning nodig is.

De Ontgrondingenverordening Zeeland 2002 begint met een opsomming van vrijstellingen van de vergunningplicht.

Het gaat hierbij om:

  • het aanleggen, onderhouden, wijzigen of opruimen van waterstaatswerken, uit te voeren door of in opdracht van overheidslichamen;  

  • het aanleggen, onderhouden, verruimen of verdiepen van greppels, sloten, grachten of andere watergangen door of in opdracht van overheidslichamen;

  • het aanleggen, onderhouden, verruimen of verdiepen van greppels, sloten, grachten of andere watergangen anders dan bedoeld onder b, voor zover deze een bovenbreedte hebben of krijgen van niet meer dan 5 meter, een bodembreedte van niet meer dan 1,50 meter en een diepte van niet  meer dan 1 meter beneden het vastgestelde zomerpeil of, bij gebreke daarvan, 2,50 meter beneden de gemiddelde hoogteligging van het aangrenzende terrein;

  • het door of in opdracht van overheidslichamen aanleggen, wijzigen of opruimen van parkeerterreinen, vliegvelden, industrieterreinen, vuilstortplaatsen, bouwterreinen, sportterreinen, parken, plantsoenen en soortgelijke voorzieningen, waarvoor het ter plaatse geldende ruimtelijke besluit ingevolge van de Wet Ruimtelijke Ordening geen belemmering vormt;

  • de normale uitoefening van het land-, tuin- of bosbouwbedrijf;

  • het uitvoeren van ontgrondingen, waarbij niet meer dan 1000 m³ wordt ontgraven en waarvoor het ter plaatse geldende ruimtelijk besluit ingevolge de Wet Ruimtelijke Ordening geen belemmering vormt;

  • het maken, onderhouden, wijzigen of opruimen van bouwwerken krachtens een daartoe door het bevoegde bestuursorgaan verleende vergunning;

  • het doen van archeologische opgravingen door een rijksdienst, provinciale dienst, instelling voor wetenschappelijk onderwijs of een gemeente die daarvoor een vergunning heeft ingevolge de Monumentenwet;

  • de uitvoering van werken in gebieden die vallen onder de werking van de Natuurbeschermingswet;

  • het uitvoeren van ontgrondingen op grond van een door Gedeputeerde Staten vastgesteld natuurontwikkelingsproject.

Ook in de Ontgrondingenwet zijn enkele gevallen genoemd van het zonder vergunning mogen ontgronden:

  • werkzaamheden bij overstromingen of dreigend gevaar van dijkdoorbraken;

  • uitvoering van landinrichtingsplannen volgens de Landinrichtingswet: als daarvoor grond van elders moet komen, dan is voor die graafwerkzaamheden wel een vergunning nodig;

  • uitvoering van bodemsanering, gebaseerd op een provinciaal milieuprogramma: ook hiervoor geldt dat als grond van elders moet komen, daarvoor een vergunning is vereist.

Voor alle graafwerkwerkzaamheden die hier niet aan bod zijn geweest, moet zonder meer een ontgrondingenvergunning worden aangevraagd.

Aanvraag vergunning

Om een aanvraag in te kunnen dienen dient u gebruik te maken van het Formulier aanvraag verlening ontgrondingsvergunning. Bij de aanvraag dienen onder andere de volgende bijlagen toegevoegd te worden:

  • een tekening met kadastrale aanduiding, waarop het te ontgronden terrein is aangegeven;

  • een uittreksel uit de kadastrale legger van elk perceel, waarop de aanvraag betrekking heeft;

  • een topografische kaart, schaal 1:25.000, waarop het te ontgronden terrein is aangegeven;

  • een situatietekening met dwarsprofielen.

De wettelijke termijn waarbinnen een vergunning moet zijn verleend, is uiterlijk zes maanden.

Procedure

Alleen als het aanvraagformulier compleet is ingevuld en de bijlagen correct zijn bijgevoegd, wordt de aanvraag in behandeling genomen. Voor het in behandeling nemen van de aanvraag moet de aanvrager € 1.250,- leges betalen.

Voordat de ontwerpvergunning kan worden gemaakt, wordt advies gevraagd aan de diverse instanties zoals de betreffende gemeente en het waterschap Scheldestromen.

Zodra de ontwerpvergunning – ook wel ontwerpbeschikking genoemd - gereed is, wordt deze zes weken ter inzage gelegd bij de gemeente waarin de ontgronding staat te gebeuren. De aanvrager en andere belanghebbenden krijgen hiervan bericht. Verder wordt de terinzagelegging gepubliceerd onder de rubriek abdijnieuws in de huis-aan-huisbladen. Tijdens die zes weken kunnen zienswijzen tegen de ontwerpvergunning worden ingediend. De zienswijzen kunnen zowel mondeling als schriftelijk worden geuit.

Bij de beslissing op de aanvraag neemt RUD Zeeland de zienswijzen mee in de afweging.

De definitieve vergunning wordt zes weken ter inzage gelegd. Ook deze wordt medegedeeld in de huis-aan-huis-bladen.

In de termijn van zes weken kunnen belanghebbenden beroep tegen de vergunning aantekenen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in Den Haag. Als geen beroep wordt ingesteld, treedt de vergunning na afloop van de beroepstermijn van zes weken in werking.

Wanneer ingestelde beroepen worden verworpen, dan heeft de vergunning vanaf het moment van de uitspraak rechtskracht.

Als beroepschriften worden gehonoreerd, dan kan de uitspraak leiden tot aanpassing van de vergunning. Ook kan het zijn dat de hele procedure opnieuw moet worden doorlopen.

Indieners van beroep kunnen tegelijkertijd schorsing van de vergunning vragen aan de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak. Van de vergunning kan dan pas gebruik worden gemaakt als het verzoek tot schorsing is verworpen. Als het verzoek wordt toegewezen is het al dan niet kunnen beginnen met de ontgronding afhankelijk van de beslissing op het beroep. De uitspraak van de Afdeling bestuursrecht kan er ook toe leiden dat er helemaal geen vergunning komt.

Machtiging ontgronding vooraf aan de vergunning

U kunt een machtiging aanvragen om met de ontgronding te beginnen voordat de vergunning onherroepelijk is. De machtiging wordt alleen verleend bij aantoonbare spoedeisendheid. Op het Formulier aanvraag verlening ontgrondingsvergunning kan het verzoek nader worden toegelicht.

Op een verzoek om machtiging wordt in de praktijk gelijktijdig met de beslissing over de vergunning beslist. De leges voor een machtiging zijn € 1.750,- . Een voorwaarde van de machtiging is dat u een waarborgsom stort of een bankgarantie stelt . De hoogte van de waarborg is vooral afhankelijk van de omvang van de uit te voeren ontgronding en wordt opgeheven op het moment dat de vergunning onherroepelijk is geworden.

Zodra de machtiging is verleend, hoeft niet te worden gewacht op de beroepstermijn van zes weken. Wel moet de aanvrager rekening houden met de mogelijkheid dat derden een verzoek tot schorsing indienen. Als de schorsing wordt toegewezen, moet de beslissing op het beroep afgewacht worden.

De waarborg wordt opgeheven op het moment dat de vergunning onherroepelijk is geworden.

Formulier

Formulier aanvraag verlening ontgrondingsvergunning

Aanvraagformulier insturen

Het formulier "aanvraag verlening ontgrondingsvergunning" kunt u inclusief bijlagen (in enkelvoud) ondertekend en ingescand e-mailen of per post sturen naar:

RUD Zeeland
Postbus 35
4530 AA Terneuzen